Kort Historisch overzicht: Saluki's variëren in type en de variatie is gewenst en kenmerkend voor het ras. De reden voor de variatie is de bijzondere plaats die de Saluki inneemt in de Arabische traditie en het onmetelijke gebied van het Midden-Oosten waar de Saluki duizenden jaren is gebruikt als hond voor de jacht. Oorspronkelijk had elke stam Saluki's die het meest geschikt waren voor de jacht op het specifieke wild in het eigen gebied. Volgens de traditie in het Midden-Oosten worden Saluki's niet gekocht of verkocht maar geschonken als eerbetoon. Dat betekent dat de honden die als zodanig werden geschonken aan Europeanen en naar Europa werden gebracht, afkomstig waren uit een grote gevarieerdheid van het gebied en klimaat en bijgevolg verschilden. De Britse standaard van 1923 was de eerste officiële Europese standaard voor de Saluki en werd opgesteld om al de oorspronkelijke types Saluki te omvatten.

FCI-Standaard:        Nr. 269/01-05-2001/Nederland

Vertaling:                   A.H. van der Snee

Oorsprong:                 Midden-Oosten

Patronaat:                  FCI

Datum van publicatie van de geldende originele standaard: 25-10-2000

Gebruik:                      Jacht- en coursing-hond

FCI-indeling: 
Groep 10 Windhonden
Sectie 1 langharige of bevederde windhonden
Geen werkproeven

Algehele verschijninq: De hele verschijning van dit ras moet een indruk geven van de elegantie en balans en van grote snelheid en uithoudingsvermogen, gekoppeld aan kracht en activiteit. Kortharige variëteit: de raspunten moeten dezelfde zijn met uitzondering van de yacht die geen bevedering heeft.

Belangrijke proporties: De lengte van het lichaam (van de punt van de schouder tot de punt van het zitbeen) is ongeveer gelijk aan de schofthoogte, ofschoon de hond vaak de indruk wekt langer te zijn dan hij werkelijk is.

Gedrag/karakter: Gereserveerd tegenover vreemden, maar niet nerveus of agressief. Waardig, intelligent en onafhankelijk.

Hoofd: Lang en smal, het geheel toont adel.

Schedelgedeelte:

Schedel: Matig breed tussen de oren, niet gewelfd

Stop: Weinig uitgesproken.

Gezichtsgedeelte:

Neus: Zwart of leverkleurig

Kaken/gebit: Gebit en kaken zijn sterk met een volmaakt, regelmatig en compleet scharend gebit.

Ogen: Donker tot hazelnootbruin en helder, groot en ovaal maar niet puilend. De uitdrukking moet waardig zijn en zacht met trouwe en verziende ogen.

Oren: Lang en bedekt met lang zijdeachtig haar, hoog aangezet, beweeglijk, vlak langs de wangen gedragen.

Hals: Lang, lenig en goed gespierd.

Lichaam

Rug: Matig breed.

Lenden: Licht gebogen en goed gespierd.

Kruis: Heupbeenderen ver van elkaar.

Borst: Diep, lang en matig smal. Tonvormig noch vlak.
Onderbelijning: Buik goed opgetrokken.

Staart: Lang, laag aangezet en in een natuurlijke boog gedragen, goed bevederd aan de onderkant met lang, zijdeachtig haar, niet rondom. Bij volwassen honden niet boven de ruglijn gedragen, behalve bij het spelen. Het einde reikt minstens tot de hak.

Ledematen

Voorhand:

Schouders: Goed schuin geplaatst, goede bespiering zonder grof te zijn.

Opperarm: Ongeveer van gelijke lengte met het schouderblad en daarmee een goede hoek vormend.

onderarm: Lang en recht van elleboog tot pols.

Middenvoet: Sterk en soepel, licht van voren gebogen.

Voorvoeten: Matig lang, tenen zijn lang en goed gebogen, niet gespreid maar ook geen kattenvoeten; het geheel sterk en soepel; bevederd tussen de tenen.

Achterhand:

Sterk, toont kracht voor galopperen en springen.

Dij en tweede dij: Goed ontwikkeld.

Knie: Matig gehoekt.

Spronggewricht: Laag geplaatst

Achtervoeten: Gelijk aan de voorvoeten.

Gangwerk: In de draf is het gangwerk soepel, vloeiend en moeiteloos. Lichtvoetig, ruim en stuwend zonder steppen of zwaar gaan.

Vacht

Beharing:

Gladde en zachte, zijdeachtige structuur, bevedering aan de benen en de achterkant van de dijen. Er kan ook bevedering zijn aan de keel bij volwassen honden. Jonge honden kunnen een lichte wollige bevedering hebben op de dijen en schouders.
De kortharige variëteit heeft geen bevedering.

Kleur: Alle kleuren of combinaties van kleuren zijn toegestaan. Gestroomd is ongewenst.

Grootte: Schofthoogte: 58,5 tot 72 cm, teven naar evenredigheid kleiner.

 

Fouten: Iedere afwijking van voorgaande punten moet als fout worden aangemerkt en de beoordeling

van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.
Elke hond die duidelijk fysieke of gedragsafwijkingen heeft moet gediskwalificeerd worden.

N.B.: Reuen moeten twee duidelijke normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.