|
De Azawakh windhond is vooral hoogbenig en elegant en geeft een algemene indruk van grote verfijning. Zijn beendergestel en bespiering zijn zichtbaar onder een fijne en droge huid. Deze windhond toont zich als een renhond met een lichaam dat past in een rechthoek met de lange kanten in verticale stand.
Rasstandaard FCI nr.: 307 d.d. 03.06.1998 Vertaling: E.R.E. Grevelt Land van Afkomst: Mali Patronaat: Frankrijk Datum publicatie oorspronkelijk van kracht zijnde rasstandaard: 22.08.199
Gebruik
Windhondenjacht. De nomaden beschouwden de hond gelijkwaardig als showhond zowel als metgezel
Klassificatie FCI
Groep 10, Windhonden. Sectie 3, Kortharige Windhonden. Zonder werkproef.
Kort historisch overzicht
Het is een Afrikaanse Windhond van afro-aziatisch type dat rond 1970 in Europa verscheen en afkomstig is uit de centrale hoogvlakten van Nigeria waarin de Azawakhvallei. Hij is gedurende honderden jaren de metgezel geweest van de nomaden uit het zuiden van de Sahara.
Algemene verschijnig
De Azawakh windhond is vooral hoogbenig en elegant en geeft een algemene indruk van grote verfijning. Zijn beendergestel en bespiering zijn zichtbaar onder een fijne en droge huid. Deze windhond toont zich als een renhond met een lichaam dat past in een rechthoek met de lange kanten in verticale stand.
Belangrijke afmetingen
Lichaamslengte/hoogte bij de schoft: 9 : 10. Deze verhouding kan bij teven groter zijn. Borstdiepte/hoogte bij de schoft: ongeveer 4 : 10. Neuslengte /hoofdlengte: 1 : 2. Schedelbreedte/hoofdlengte: 4 : 10.
Gedrag/karakter
Levendig, oplettend, afstandelijk, gereserveerd tegenover vreemdelingen en wellicht zelfs onbenaderbaar maar hij kan zachtaardig en aanhankelijk zijn voor diegenen die hij wenst te aanvaarden.
Hood
Lang, droog en fijn en goed besneden. Tamelijk maar niet overdreven smal.
Schedelgedeelte
Schedel: Vrijwel vlak, tamelijk lang. De breedte van de schedel moet beslist minder zijn dan de helft van het hoofd. De richting van de middellijn van schedel en snuit is veelal licht naar voren gebogen. De wenkbrauwbogen en de voorhoofdsgroef zijn nauwelijks zichtbaar. Daarentegen tekent zich de achterhoofdskam duidelijk af en is de achterhoofdsknobbel goed zichtbaar. Stop: Nauwelijks zichtbaar.
Aangezichtsgedeelte
Neus: Neusgaten zijn ruim. De neus is zwart of bruin. Snuit: Lang, recht, fijner naar de voorkant zonder overdrijving. Kaken/tanden: Kaken lang en krachtig. Schaargebit. Wangen: Vlak Ogen: Amandelvormig, tamelijk groot. Donkergetint of barsteenkleurig. Oogleden gepigmenteerd. Oren: Tamelijk hoog aangezet. Ze zijn fijn, altijd hangend en vlak, tamelijk breed aan de basis, dicht tegen de schedel, nooit een rozenoor. De vorm is driehoekig met een licht afgeronde punt. Als de aandacht van de hond wordt getrokken, richten de oren zich aan de basis iets op.
Hals: Hoog gedragen, lang, fijn, bespierd en licht gebogen. De huid is fijn en vormt geen plooien.
Lichaam
Bovenbelijning: Vrijwel recht, horizontaal of iets oplopend naar de heupen. Schoft: Duidelijk zichtbaar. Lendenen: Kort, droog en veelal iets gebogen. Heupbeenderen: Duidelijk zichtbaar en altijd op dezelfde hoogte geplaatst als de hoogte van de schoft of hoger. Kroep: Schuin geplaatst maar niet overdreven afvallend. Voorborst: Niet erg breed. Borst: In lengte goed ontwikkeld. Diep maar zonder tot aan de elleboog te reiken. Niet erg wijd maar er moet voldoende ruimte zijn voor het hart dus de overgang naar het borstbeen moet geleidelijk zijn. Ribben: Lang, zichtbaar en geleidelijk buigend naar het borstbeen. Onderbelijning: De boog van het borstbeen is duidelijk zichtbaar en gaat vloeiend over naar de hoog opgetrokken buiklijn onder de lendenen.
Staart
Laag aangezet, lang, dun, droog en naar het einde spits toelopend. De huid is dun en is bedekt met hetzelfde haar als op het lichaam met een witte staartpunt. De staart wordt laag hangend gedragen met aan het einde een lichte buiging omhoog. Als de hond opgewonden is, kan de staart hoger dan horizontaal worden gedragen.
Ledematen
Voorhand: In zijn geheel gezien lang, fijn, vrijwel verticaal, benen verticaal geplaatst. Schouders: Lang, droog en bespierd en in profiel gezien slechts weinig schuin. De hoek tussen schouder en opperarm is erg open ( circa 130º). Voorvoeten: Rond van vorm met fijne en dicht aaneengesloten tenen; de voetkussens zijn gepigmenteerd.
Achterhand: In zijn geheel gezien lang en droog; benen vertikaal geplaatst. Dijen: Lang met duidelijk zichtbare en droge spieren. De hoek tussen heupbeen en dijbeen is erg open ( circa 130º). Knieën: De hoek tussen dijbeen en onderbeen is erg open (circa 145º). Hielen: Hielgewricht en middenvoet zijn recht en droog, zonder Hubertusklauwen. Achtervoeten: Rond van vorm. Voetkussens zijn gepigmenteerd.
Gangwerk/beweging
Altijd erg vloeiend en met een bijzondere hoge actie in de draf en de stap. De galop is sprongsgewijs. De Azawakh toont lichtvoetig en veerkrachtig. Het gangwerk is een wezenlijk aspect van het ras.
Huid
Fijn, goed aanliggend over het gehele lichaam.
Vacht
Haar: Kort en fijn. Op de buik is nagenoeg geen haar aanwezig. Kleur: Roodbruin met witte aftekeningen op de ledematen. Alle schakeringen zijn toegestaan van licht zandkleurig tot donker rood. Het hoofd mag wel of niet een zwart masker hebben. Een bles is niet altijd aanwezig. De vacht heeft een witte vlek op de borst en witte haren aan de staartpunt. Elk van de vier benen moet een witte kous hebben of tenminste enig wit op de voeten. Zwart gestroomd is toegestaan.
Maat en gewicht
Schofthoogte:
Reuen: tussen 64 en 74 cm. Teven: tussen 60 en 70 cm.
Gewicht:
Reuen: circa 20 - 25 kg. Teven: circa 15 - 20 kg.
Fouten
Elke afwijking van de voorgenoemde punten moet worden beschouwd als een fout en de ernst waarmee de fout moet worden beoordeeld, moet in juiste verhouding staan tot de mate ervan. Algemene verschijning: grof. Schedel te breed. Stop teveel geaccentueerd. Lichaam te lang. Heupbenen duidelijk lager geplaatst dan de schoft. Duidelijk tekort aan pigmentatie op de neus.
Eliminerende fouten:
Gebrek aan type (vooral als een onlangs plaatsgevonden kruising met een ander ras zich toont). Ernstige niet toevallige anatomische onregelmatigheid. Niet aanvaardbare lichamelijke afwijking. Alle duidelijke erfelijke gebreken. Onder- of bovenvoorbijten Lichtgetint oog als een roofvogel. Ribben die aan de onderzijde van de borst vernauwen. Vacht niet in overeenstemming met de standaard. Harde of halflange vacht. Afwezigheid van enige witte aftekening aan de uiteinden van een of meer benen. Meer dan 3 cm afwijking van de standaard maten. Angstig karakter met paniekerig of agressief aanvallend oogmerk.
N.B. : Reuen moeten twee duidelijk normale en geheel in het scrotum afgedaalde testikels hebben.
|